Joyce Heuitink

Joyce Heuitink

“Wedstrijden zijn leuk, maar winnen is mijn passie”

“Mijn paardensportcarrière begon als klein meisje in de wei van mijn opa. Hij fokte pony’s en ik ging regelmatig knuffelen met een shetlandpony. Spelenderwijs klom ik er een keer op, de rode rubber laarsjes werden vervangen door zwarte rijlaarzen, de joggingbroek door een rijbroek en heel ongedwongen begon ik zo met ponyrijden. Door weer en wind. In de wei.

Toen ik 6 jaar was ging ik wat wedstrijdjes in de buurt doen en zo kwalificeerde ik me – per ongeluk – voor het kampioenschap van Gelderland. Ik deed mee, won niet en daar baalde ik van. Toen dacht ik: als ik aan dit soort dingen mee ga doen, wil ik ook winnen. Wedstrijden zijn leuk, maar winnen is mijn passie!

Die competitiedrang heb ik vanaf dat moment altijd gehad. Ik was vaak zenuwachtig voor wedstrijden, maar dan reed ik slechter. Dat kwartje viel toen ik een jaar of elf was. Heel bewust heb ik voor mezelf bepaald: ik wil niet meer zenuwachtig zijn, want dan rijd ik slecht. Gezonde spanning oké, maar niet dat ik niet kan slapen of op mijn paard de bibbers krijg. Vanaf dat moment vond ik wedstrijden leuk.

 

 

Eigenlijk zette ik de stapjes in de sport heel per ongeluk; er zat geen groter plan achter. Het waren steeds volgende logische stappen. Mijn eerste pony werd kreupel, dus gingen we op zoek naar iets nieuws. Dat werd een te klein gebleven paardje, waarmee ik vervolgens drie keer Nederlands kampioen werd. En dus mocht ik met het Nederlands team mee naar EK’s bij junioren en vervolgens young riders.

Toen ik ging studeren, wilde ik stoppen met wedstrijden rijden. Maar de wedstrijden gingen zó goed, het succes werkte verslavend, dus ging ik het toch maar combineren. Omdat de studie rechten niet goed beviel, ging ik International Business & Languages doen in Enschede. Tijdens het afstuderen kreeg ik al een baan als onderwijscoördinator voor de afstudeerrichting Horse Business Management op de Hogeschool Emmen. Naast studenten begeleiden zorgde ik ook dat ze hun paard in de buurt konden stallen en gaf ik rijles.

Daarna werkte ik een tijdje bij Sjef Jansen en onder werktijd gaf hij me regelmatig privétraining. En tijdens de Paralympische Spelen van 2012 was ik als privétrainer voor twee Belgische ruiters in Londen. Daarna kwam de vraag of ik bondscoach wilde worden bij de KNHS.

Tegelijk bleef ik zelf ook rijden. Tijdens wedstrijden in Mannheim viel dat voor het eerst samen: ik reed eerst zelf twee dagen, daarna coachte ik de pararuiters. En het mooie is: die twee dingen versterken elkaar. Als coach leer ik van mezelf als ruiter en andersom.

Het is anders dan anders. En daar hou ik van; dat zit in mijn karakter. Ik wil met mijn paard niet alleen maar die kunstjes oefenen, er zijn veel meer trainingsvormen te bedenken. Voor mezelf is dat leuker en als dat voor het paard ook werkt, waarom zou ik dat dan niet doen?

Team Netherlands Para Dressage FEI World Equestrian Games Tryon 2018

 

Ik probeer mijn paard ook zo positief mogelijk te trainen. Als iets niet lukt, zou ik hem een tik met een zweep kunnen geven, maar dan snapt ‘ie nog altijd niet wat ik wél wil. Ik leg liever uit wat ik wél wil, dan dat ik straf. Een paard belonen werkt duizend keer beter dan straffen.

Ik kijk graag naar het proces, hou ook rekening met het paard. Als iets één keer lukt, herhaal ik het voor de zekerheid nog een keer. Maar ik ga het niet keer op keer herhalen. Goed is goed.

Het moet er makkelijk en vriendelijk uitzien. Dat is iets dat ik ook van de pararuiters heb geleerd. Door hun fysieke beperkingen kúnnen ze een paard niet dwingend iets vragen, ze kunnen het alleen maar vriendelijk vragen. Dat doe ik ook. Het vraagt meer geduld, maar als het paard het eenmaal herkent, doet het véél sneller iets voor je. Het werkt voor mij, voor mijn paard, ik haal er goede resultaten mee én het ziet er tijdens wedstrijden dus ook makkelijker uit. Dat is toch wat je wilt?”

 

MY HORSES

WORDS FROM CLIENTS